Mensen klagen weleens dat Ibiza volledig is overgenomen door massatoerisme. Dat klopt absoluut als je eind augustus op de strip van San Antonio staat. Maar Sant Josep de sa Talaia voelt totaal anders. Je vindt hier geen rijen voor clubs en geen schreeuwende proppers. Je rijdt er gewoon over een smalle, stoffige weg vol dennennaalden richting een berg van bijna vijfhonderd meter hoog. Ik was er vorig jaar mei op een vroege dinsdagochtend. Het rook er intens naar zout en droog hout.
Het centrum van Sant Josep
De locals zeggen trouwens alleen Sant Josep. Dat witte kerkje uit 1731 is direct het eerste wat je ziet als je het plein oprijdt. Loop er gerust even naar binnen. Het is daar enorm koel en de akoestiek klinkt opvallend goed. Buiten zitten de oudere bewoners op goedkope plastic stoeltjes met een cortado van 1,80 euro voor zich. Natuurlijk lopen er ook toeristen rond. Het ritme ligt hier alleen gewoon een flink stuk lager.
Probeer ergens rond een uur of drie ‘s middags maar eens een parkeerplek te vinden langs de hoofdweg PM-803. Kansloos. Zet je huurauto liever direct in de zandvlakte achter de kerk want anders krassen die gehaaste lokale vrachtwagentjes zo de lak van je deur af als ze zich door het verkeer proberen te persen.
De klim naar Sa Talaia
Sa Talaia is het hoogste punt van het eiland. Je loopt vanaf de achterkant van het dorp zo naar de top van 475 meter. Dat pad voert je langs verweerde stenen muren over een ondergrond die behoorlijk irritant en ongelijk is. Een fles water in je tas is verplicht. Zeker in juli zweet je je kapot op die helling. Boven zie je de hele kustlijn liggen. Bij helder weer doemt het vasteland op in de verte. Blijf daar gerust zitten tot de zon zakt. En dan veranderen de kleuren razendsnel. Het wordt donker voordat je het doorhebt. Neem een sterke zaklamp mee voor de terugweg. ‘t Telefoonlampje is echt te zwak voor die scherpe keien in het pikkedonker.
Cala d’Hort en de rots
Een stukje verderop ligt de baai van Cala d’Hort. Een groot deel van dit strand ligt vol met stenen. Leg je handdoek dus op de smalle zandstrook als je tenminste vroeg genoeg je bed uit bent gekomen. In het water ligt Es Vedrà. Dit is gewoon een belachelijk hoge rots die op een vreemde manier afsteekt tegen de horizon. Sommige mensen praten onophoudelijk over magnetische velden of ufo’s rond dit ding. Geloof wat je wilt.
Kijk vanaf het strand omhoog naar de Torre des Savinar. Vroeger was dit een uitkijkpost tegen piraten. De wandeling ernaartoe begint vanaf een zandpad ergens langs de weg en is nergens goed aangegeven. Volg simpelweg de bandensporen tot je bij een rotsige helling komt en klim verder omhoog.
Eten en de weg ernaartoe
Zonder huurauto kom je nergens in deze hoek van het eiland. Er rijden in theorie bussen vanaf Ibiza-stad. In de praktijk komen ze gerust een half uur te laat of de chauffeur besluit de route gewoon een keer over te slaan. Reserveer dus een auto.
El Carmen bij Cala d’Hort is een uitstekende plek voor de lunch. Het terras zit steevast vol Spanjaarden die grote schalen met zeevruchten wegwerken. Reken op minstens 25 euro voor verse vis. Wil je liever stevig lokaal eten, rijd dan naar Restaurante Es Ventall. Dat zit officieel net over de grens in Sant Antoni. Ze roosteren daar lamsvlees boven open vuur. De houten bankjes zitten vrij hard maar het eten compenseert dat ruimschoots. Let wel goed op die wit met blauwe geldautomaat bij de supermarkt in het dorp. Dat apparaat rekent keihard vier euro transactiekosten per opname. Pin je geld beter vooraf in een grotere stad.
Zand in je schoenen
Je reist niet naar deze kant van het eiland voor snelle feesten. Sant Josep is het soort trip waarbij je elke avond zand uit je schoenen moet kloppen na een wandeling. Op veel plekken in de heuvels valt je wifi-signaal compleet weg. Dat is eigenlijk best prima. Soms is de beste activiteit van de middag gewoon met een koud drankje op een terras zitten en kijken naar bestuurders die wanhopig proberen in te parkeren.
Recommended experiences
A few bookable experiences related to this topic:
Fotografie: Jörn Lenhardt, via Wikimedia Commons
