Je ontkomt er bijna niet aan als je naar Ibiza gaat. Vroeg of laat sta je op een hippiemarkt. Je wil natuurlijk een uniek handgemaakt souvenir, maar in de praktijk sta je vaak tussen de bakken vol geïmporteerde prullaria. Punta Arabí en Las Dalias trekken de meeste bussen vol toeristen. Maar ze zijn compleet verschillend van elkaar. Ik liep er vorige zomer rond om te kijken wat er nog over is van de originele sfeer.
Punta Arabí: Groot en massaal
Ga je in juli op een woensdag naar de markt in Es Canar, wees dan voorbereid. Het is er heet. Je tikt eerst vier euro af bij een mannetje met een hesje om je huurauto in een kurkdroog weiland te parkeren. Daarna loop je het enorme clubcomplex op waar de markt staat. En het is er druk. Heel erg druk. Tussen de honderden kramen zie je overal exact dezelfde felroze hoedjes en zonnebrillen.
Je moet echt spitten om iets origineels te vinden. Vorige zomer vond ik toevallig een zilveren ring van een lokale maker voor twintig euro bij een kraam in de hoek. Dus de goeie spullen zijn er wel degelijk. Je moet er alleen wel urenlang voor langs massaproductie sjokken terwijl een percussiegroep eigenlijk net iets te enthousiast staat te trommelen. Als je gewoon mensen wilt kijken met een koud San Miguel biertje in je hand is het best vermakelijk. Verwacht alleen geen intieme bijeenkomst.
Las Dalias in Sant Carles
Een stuk noordelijker bij Sant Carles ligt Las Dalias. Normaal is dit een bar en restaurant. Op zaterdag bouwen ze de boel om tot markt. Het voelt direct een stuk behapbaarder dan Es Canar. Je wandelt hier grotendeels onder een dik bladerdak van wijnstokken. Wat in augustus echt een enorme opluchting is. Hier zie je veel meer lokaal handwerk. Kleding van lokaal geweven stoffen. Sieraden die op het eiland zelf gesmeed zijn.
Denk overigens niet dat je de enige bent. Zorg dat je voor half elf binnen bent. Dan kan je tenminste rondkijken zonder over de wielen van kinderwagens te struikelen. Pinnen bij die losse automaten op het terrein kost je zomaar €3,50 aan vaste transactiekosten. Neem gewoon contant geld mee. En neem wat geduld mee voor de rij bij de bar.
De dorpsmarkten
Die enorme mensenmassa’s zijn makkelijk te vermijden. Elke donderdagavond zetten ze in Sant Miquel een paar tafels op. Dit gebeurt tegelijk met de traditionele dans op het kerkplein. Het aanbod is piepklein. Wat handwerk en een paar lokale schilderijen. Maar de sfeer is tien keer relaxter.
In Santa Eulària staan dagelijks vaste kramen langs de boulevard op de Plaça d’Espanya. Je wandelt er na je diner zo even langs. Ibiza-stad heeft een vergelijkbare rij kramen vlakbij de jachthaven. Het grote voordeel hiervan is dat je bijna altijd direct met de maker staat te kletsen. Zonder ingehuurde verkoper ertussen.
Zelf laat ik die enorme markten tegenwoordig lekker links liggen. Een uurtje over de boulevard slenteren in de avondschemering is meer dan genoeg. En het scheelt een hoop zweet tijdens het zoeken naar een parkeerplek.