Total solar eclipse in Ibiza — 12 August 2026 Find out more
Ibiza4All
Plan je reis

Cala Benirràs: Waar de hippies van Ibiza daadwerkelijk bleven hangen

Eind september stuurde ik mijn Fiat Panda noordwaarts over de weg vanuit San Miguel. Het asfalt is er dramatisch. Je stuitert minutenlang over opgelapte gaten in het wegdek terwijl de pijnbomen aan beide kanten steeds verder over de berm groeien tot de bomenrij ineens wijkt en je de baai beneden ziet liggen. Hier vind je geen strak aangeharkte zandvlaktes met rijen identieke parasols.

Kiezels en koud water

Je parkeert op een stoffig terrein waar een mannetje in een verkleurd geel hesje je naar een onmogelijk smal plekje zwaait. Vanaf daar is ‘t hooguit drie minuten lopen. Het grove zand gaat vlak voor de vloedlijn over in scherpe kiezels. Die snijden flink in je voeten. Neem dus echt waterschoenen mee, want elegant de zee in lopen is er anders niet bij. En dat water voelt hier vaak een paar graden kouder aan dan op de zuidelijke stranden.

Midden in de baai ligt Cap Bernat. Een massieve kalksteenrots. Locals noemen het de vinger van God, al klagen toeristen soms dat ze dachten dat het twee losse eilanden waren. Je ligt ernaar te staren vanaf je handdoek. Tegen het einde van de middag klimmen er altijd wel een paar lokale tieners via de oostkant naar boven om er vervolgens vanaf te springen, wat er vanaf de kant eigenlijk altijd net iets te gevaarlijk uitziet.

Vis op plastic stoelen

Verwacht hier geen overdreven luxe. Bij Restaurante 2000 schuif je aan op witte, licht bekraste plastic tuinstoelen. Ze bakken een hele dorade voor zesentwintig euro. De ober heeft het standaard te druk om uitgebreid een praatje te komen maken over de herkomst van de vis. Hij zet je bord neer en rent direct door naar het volgende tafeltje.

Achter het strand rollen vaste verkopers dagelijks hun kleedjes uit in het zand. Ze bieden handgeknoopte bandjes en ringen aan. Een zilveren ring met een klein deukje in het metaal kostte me na een minuutje praten vijftien euro. Er hangt nul koopdruk.

Zondag is voor de drummers

Op zondagmiddag rond een uur of vier verandert de boel. De eerste djembé-spelers arriveren en claimen hun vaste plek op de rotsen aan de noordkant. Eerst hoor je één trommel. Een half uur later zijn het er dertig. Badgasten trekken lauwwarme blikken Estrella uit hun koeltassen.

Het ritme dreunt fysiek door in je borstkas. De geur van wiet hangt dik over het achterste deel van het strand. Sommige mensen proberen met hun ogen dicht krampachtig in de maat mee te dansen in het zand, terwijl anderen na een kwartier die herrie wel zat zijn en de zee in duiken om de trommels even niet te hoeven horen.

Wat je moet weten voor je gaat

In het hoogseizoen sluit de Guardia Civil de smalle toegangsweg naar Benirràs vaak al rond twee uur ‘s middags af. Het parkeerterrein zit dan simpelweg vol. Je wordt zonder pardon teruggestuurd naar Sa Plana, waar je de auto achterlaat en voor drie euro een ticket voor de pendelbus koopt. De bussen vertrekken redelijk op tijd. De terugweg is een ander verhaal, dan sta je rustig veertig minuten in de volle zon op de bus te wachten.

De zeebodem zakt vrij abrupt weg. Drie stappen en je staat tot je middel in het water. De rand van de branding is prima voor kinderen om in te spelen, maar je moet ze goed in de gaten houden. Vorig jaar zag ik nog een kleuter z’n groene speelgoedemmer verliezen aan de plotseling sterke onderstroom die langs de zijkanten van de baai trekt.

Recommended experiences

A few bookable experiences related to this topic: