Eivissa is de officiële naam voor Ibiza-stad. Ik nam eind september bus 10 vanaf de luchthaven en zodra de deuren bij de haven opengaan sta je midden in een kluwen van toeterende auto’s en scooters. Het asfalt trilt simpelweg van de hitte in de middag. Dit is geen gepolijst resort. Locals halen hier in de vroege ochtend hun brood bij de bakker op de hoek. Ze negeren de toeristen die met rolkoffers over de smalle stoepen kletteren.
De klim naar Dalt Vila
Als het vliegtuig de daling inzet over de zuidkust, zie je de massieve zestiende-eeuwse vestingmuren van Dalt Vila al liggen. Je kunt de hoofdingang bij de Puerta de las Tablas nemen. Reken dan wel op langzaam schuifelen achter grote wandelgroepen. Loop dus even honderd meter verder naar de Portal Nou. Daar wandel je vaak helemaal alleen naar binnen.
De kasseien in de steile straatjes zijn door de eeuwen heen gepolijst tot ze spiegelglad zijn geworden. Ik zag laatst iemand op gloednieuwe slippers pijnlijk onderuit gaan bij de Catedral de Santa María de las Nieves op de top van de heuvel. Trek normale schoenen aan. Iets lager ligt de Iglesia de Santo Domingo met opvallende koepels. Je rolt hier van het ene smalle steegje zomaar in een doodlopend binnenplaatsje waar de was van een bewoner aan de lijn wappert.
Verdwalen in Sa Penya
Sa Penya was decennia geleden de wijk waar vissers hun netten repareerden. Nu vind je er kleine kledingwinkels en donkere cocktailbars. De straat Carrer de la Mare de Déu trekt na tienen ‘s avonds een enorme massa mensen aan.
Ga er overdag heen. Dan zitten de rolluiken stevig dicht en ruik je gebakken knoflook uit de paar keukens die toevallig al open zijn. Bij een kleine bar met plastic stoelen kost een cortado je precies €1,80. Bestel die koffie en kijk naar de weinige mensen die passeren. Het is er stoffig. En luid.
De haven en de boten van Marina Botafoch
Vanaf de kade in de oude haven vertrekken de logge veerboten naar het Spaanse vasteland. De snelle Trasmapi ferry naar Formentera meert hier ook aan. In juli heeft die standaard een kwartier vertraging. Mensen met zware weekendtassen proberen wanhopig de juiste steiger te vinden in de volle zon.
Aan de compleet andere kant van het water liggen de miljoenenjachten van Marina Botafoch. Je pakt voor €4,50 de kleine watertaxi ernaartoe. Een lokaal biertje op een terras met uitzicht op die absurde boten kost al snel negen euro. Maar je kijkt vanaf je stoel wel direct uit op de verlichte muren van Dalt Vila. Dat maakt die onredelijke rekening net iets draaglijker.
De graven van Puig des Molins
Bijna niemand loopt de heuvel op naar de wijk Puig des Molins. Hier bevindt zich een gigantische Fenicische begraafplaats. Het museum op Via Romana 31 toont heel feitelijk hoe de vroege bewoners van het eiland hun doden begroeven.
Je staat letterlijk tussen eeuwenoude, in de rotsen uitgehakte tombes. En nog geen twee straten verderop testen de eerste grote clubs hun geluidssystemen voor de avond alweer. Op zondagochtend is de entree overigens meestal gratis.
Praktische zaken voor je bezoek
Parkeren in de binnenstad is een regelrechte ramp. Vergeet het maar. Op een gewone donderdagochtend in oktober stond het bewaakte terrein bij Parc de la Pau bijvoorbeeld al om tien uur muurvast. Neem simpelweg de bus vanuit je verblijfplaats. Dat scheelt een half uur gefrustreerd rondjes rijden op zoek naar een vak dat waarschijnlijk toch te krap is voor je huurauto.
Wat betalen betreft moet je weten dat kleine bakkers in de zijstraatjes soms nog steeds weigeren een pinpas te accepteren voor een bedrag onder de vijf euro. Haal dus ergens wat contant geld. Mijd de onafhankelijke geldautomaat direct aan de havenpromenade. Die rekent ongevraagd €3,95 aan transactiekosten. Loop honderd meter verder de stad in naar een filiaal van CaixaBank waar je dat bedrag gewoon in je zak houdt.
Fotografie: Dr.Tricky, via Flickr
