Je rijdt noordwaarts vanuit Sant Antoni en plotseling stopt de bebouwing. Dan weet je dat je er bijna bent. De geur van hete dennennaalden hangt direct in de auto als je het raampje opendraait. Beneden zie je het water absurd blauw afsteken tegen de grijze rotsen. Ik was hier voor het eerst op een wat bewolkte dinsdag in september en de baai lag vol met Spaanse families die complete maaltijden uit hun koelboxen haalden, inclusief metalen vorken die hoorbaar tikten op de plastic bordjes. Het zand is aan deze kant van de kust een stuk grover. Dat scheelt je in ieder geval een hoop troep op je handdoek wanneer de wind ineens besluit te draaien.
Zonnen op de rotsen
Cala Salada is krap. Je vindt hier een relatief smalle strook zand en verder vooral veel platte stenen langs de zijkanten waar badgasten hun laken overheen draperen. Het water is hier ondiep en je kijkt dwars door de oppervlakte naar de bodem. Snorkelen loont daardoor echt, vooral als je links langs de hoge klifwand zwemt op zoek naar scholen zilverachtige visjes. Kijk wel even scherp naar beneden wanneer je het water instapt. Er drijft hier af en toe zo’n roze kwal bij de branding. En kom op tijd. Als je in juli of augustus pas rond half elf aankomt sta je onherroepelijk vast op het smalle asfaltweggetje naar beneden en stuurt een norse parkeerwacht je doodleuk weer terug naar de grote weg.
De oversteek naar Saladeta
Kijk je vanaf het strand naar de overkant, dan zie je een continue stroom mensen over de kliffen klauteren. Ze zijn onderweg naar buurstrand Cala Saladeta. Je loopt een minuut of tien over dat stoffige rotspad. Veel toeristen proberen dit vol goede moed op uitgedroogde Havaianas te doen. Ik heb er al meerdere onderuit zien glijden op de gladde stenen, gooi dus gewoon een paar oude sneakers in je tas als je deze klim van plan bent. Bij de tweede baai ligt zand dat aanvoelt als poeder. Ook warmt het ondiepe water daar nog sneller op. Je kunt er overigens helemaal niets kopen. Geen kraampje, geen koud blikje cola. Da’s behoorlijk vervelend wanneer je net een plekje hebt bemachtigd en ineens dorst krijgt.
Aankomst en parkeren
Vanuit het centrum van Sant Antoni ben je hooguit een kwartiertje aan het sturen. Maar parkeren onderaan de heuvel is vaak een kansloze missie. In het hoogseizoen trekken ze vaak simpelweg een hek over de weg wanneer het beneden vol is. Lokale agenten wijzen je dan door naar een asfaltvlakte bij sportcomplex Can Coix, waar je vervolgens in de hitte staat te wachten op een pendelbusje. Sla die ellende over. Pak de watertaxi vanuit de haven. Een retourtje kost je 15 euro bij het houten loketje aan de kade. Je vaart in een half uur langs de rotswand en stapt aan het eind met je voeten direct in het water van de baai. Neem daarvoor overigens wel waterschoenen mee. De eerste meters rots bij de waterlijn zijn standaard bedekt met een onzichtbaar laagje algen waar je genadeloos op wegglijdt.
Lunchen tussen de locals
Aan het zand grenst een houten restaurant dat eruitziet alsof er sinds 1978 niets meer is veranderd. Restaurante Cala Salada is een lokaal instituut. Je vindt er geen menukaarten met avocadotoast of dj’s die loungemuziek draaien. Ze serveren simpele verse vis van de grill. De zeebaars staat voor 28 euro op het bord en ze fileren hem met indrukwekkende routine direct aan je tafeltje. Je zit onder een rieten afdak op plastic stoelen. De obers rennen zich ondertussen helemaal kapot om de zwarte pannen met paella heet uit de keuken te krijgen. Loop als je aankomt op het strand direct even het terras op. Vertel de jongen achter de bar dat je rond half drie een tafel voor twee wilt. Hij krabbelt je naam ergens op de hoek van een notitieblokje en op de een of andere manier is er dan later die middag exact een plekje voor je vrij.
Recommended experiences
A few bookable experiences related to this topic:
Photo: Honeymoneybunny, via Wikimedia Commons
