Je hoort weleens verhalen over het ‘echte’ noorden van Ibiza. Aigües Blanques is precies die plek. Als je de huurauto vanuit Sant Carles richting de kust stuurt zie je het landschap langzaam veranderen in een verzameling hoge kliffen en steile afgronden waar de wind de bomen scheef blaast. Ik belandde er afgelopen oktober op een bewolkte woensdagochtend. Het contrast met de strakke baaitjes rond San Antonio is enorm. Geen keurige rijen ligbedden. Geen zacht dreunende achtergrondmuziek.
Kleren uit (of niet)
Dit is een officieel naaktstrand. In de praktijk trekt niemand zich iets aan van kledingvoorschriften. Je ligt hier gerust in een dikke wetsuit naast een Spaanse pensionado die al twintig zomers in z’n blootje de krant leest. Mensen rollen gewoon een handdoek uit over het zand en gaan liggen. Het scheelt ook dat je hier geen veertig euro voor een bedje afrekent bij een strandtent. Soms sjokt er een man voorbij met een koelbox vol verse kokosnoot voor een paar euro.
Witte wateren
De naam laat zich letterlijk vertalen als witte wateren. Bij noordenwind snap je direct waarom. De golven slaan dan hard stuk op de ondiepe zandbanken vlak voor de kust, wat zorgt voor een permanente witte schuimlaag over het wateroppervlak. Vooral later op de middag rond een uur of vier trekt de wind hier steevast aan. Dus blijf je vaak gewoon op het droge zitten kijken naar het watergeweld.
Golven pakken
Ibiza staat nul bekend om de surfcultuur. Maar in het najaar lopen hier soms best redelijke golven de baai binnen. Ik zag er in november nog gasten met bodyboards in de weer. In juli en augustus is de Middellandse Zee hier meestal zo plat als een dubbeltje en trek je probleemloos een paar baantjes langs de rotsen. Let wel goed op de stroming die aan de noordkant onverwacht venijnig om de hoek kan trekken. Er zit nergens een strandwacht in een hoge stoel om je in de gaten te houden.
De wandeling omlaag
Navigeren is makkelijk. Vanaf de hoofdweg volg je een zandpad vol gaten dat de schokdempers van je Seat flink op de proef stelt. Bovenaan de rand van de afgrond vind je een stoffig veldje. In de zomer zit daar zo’n mannetje met een klapstoel die drie euro contant vraagt voor het parkeren. Dan begint de wandeling omlaag over een steil stuk asfalt. Omlaag loop je fluitend. Aan het einde van de dag weer naar boven klimmen in de hitte is een compleet ander verhaal voor je kuiten.
De houten chiringuito beneden op het strand verkoopt lokaal bier uit blik en simpele flessen water. De pinautomaat valt hier door de rotswanden regelmatig uit, dus steek ergens een briefje van twintig in je tas. Neem ook je eigen parasol mee. De zon klapt echt genadeloos op deze zandstrook en je vindt pas heel laat op de dag een streepje schaduw. Je hebt hier overigens geen douches of openbare toiletten. Enkel een strook rood zand met wat aangespoeld zeewier.
Recommended experiences
A few bookable experiences related to this topic: